Oden van Sjams 

 Roemi

 

 


1-375;

Jij en ik:

Ik ben stuurloos, jij bent stuurloos, wie brengt ons huiswaarts dan?

Waarom niet twee of drie bekers minder, gaf ik je vaak te verstaan?

In de stad zie ik geen nuchtere, de een is nog gekker,

nog dwazer dan de ander in het schijnsel van de maan.

Liefste, kom het wijnhuis in en ervaar het genot van geest en ziel;

bij afwezigheid van je geliefde kan genot van de ziel niet bestaan.

In alle hoeken en gaten zitten dronkaards, verbaasd mijmerend,

door hemelse kelken uit de hand van de lafenis van het bestaan.

Je bent een schenking aan het wijnhuis, je loon is wijn, je uitgaven ook;

laat niets van je loon als schenking naar de onaangedane nuchteren gaan.

Oh, jolige harpspeler, wie van ons is het meest dronken,  jij of ik?

In aanwezigheid van een beschonkene als jij, doet mijn roes vals aan.

Eens, toen ik het huis verliet, kwam ik een dolende dronkaard tegen

voor zijn ogen waren honderden tuinen en huizen in rook opgegaan.

Als een stuurloos schip zwalkte hij, dan naar oost en dan naar west;

honderden wijzen en geleerden verlangden in zijn schaduw te staan.

Ik vroeg hem; "Waar hoor je bij?" Hij lachte minachtend naar mij

en zei: "o, lieverd, ik kom deels uit Forqaneh, deels uit Turkistan.

Gedeeltelijk ben ik water en klei, gedeeltelijk hart en ziel; 

een deel is geliefde en de rest is op het strand van de oceaan.

Ik zei hem: "stel je wat vriendelijker op, want ik ben een verwant;"

hij sprak "tussen verwant en vreemde tref ik geen onderscheid aan."

Ik ben hart- en tulbandloos, in het wijnhuis bevind ik me;

ik heb een borst vol woorden, wil jij hun klank ondergaan?"

In het gezelschap van kreupelen moet je kreupel lopen;

hoorde je deze wijsheid van de hooggeleerden niet aan?

Een beschonkene van dat goede spul is toch niet minder dan een stuk hout?

Deze benaming zette Oston Hannana*, Profeetís ruggensteun, tot schreien aan.

Waarom, Sjams Tabrizi, zon van God, zondert u zich af van het volk?

Juist nu, nu u honderden schitterende rebellieŽn hebt doen ontstaan.

______________________________________________

*Oston Hannana was een gedroogde palmboom waar de Profeet Mohammed tegenaan leunde als hij preekte. Later, toen hij in de moskee een preekstoel kreeg en dus niet meer onder de palmboom preekte, schreide de palm om de afwezigheid van de profeet. Ook had dit stuk hout een speciale waarde gekregen doordat de profeet er tegenaan geleund had.

2-375;

Jij en ik:

Ik ben stuurloos, jij bent stuurloos, wie brengt ons dan thuis?

Hoe vaak heb ik je niet gezegd, twee of drie bekers minder?

In de stad zie ik geen enkele nuchtere

de een is nog gekker, nog dwazer dan de ander.

Oh, liefste, kom naar het wijnhuis om het genot van de ziel te ervaren;

wat voor genot kan de ziel beleven zonder geliefde?

In iedere hoek zit een dronkaard, mijmerend,

door de koninklijke kelken uit de hand van de lafenis van het bestaan.

Je bent een schenking aan het wijnhuis, je loon is wijn, je uitgaven ook;

schenk niets van je loon aan de nuchteren.

Oh, jolige harpspeler, wie van ons is het meest dronken, jij of ik?

In aanwezigheid van een beschonkene als jij, is mijn dronkenschap een verhaal.

Ik ging het huis uit en trof een dronkaard

voor zijn ogen bleven honderden rozentuinen en landhuizen verborgen.

Als een stuurloos schip zwalkte hij;

honderden wijzen en geleerden waren smachtten ernaar te zijn zoals hij.

Ik vroeg hem; " Waar hoor je bij?" Hij lachte minachtend naar mij en zei: " o, lieverd,

ik kom deels uit Turkistan, deels uit Forqaneh.

Gedeeltelijk ben ik water en klei, gedeeltelijk hart en ziel;

een deel bevindt zich aan het strand, de rest is geliefde.

Ik zei hem: " doe wat vriendelijker want in ben een verwant;"

hij antwoordde: " ik ken geen verwant en geen vreemde.

Ik heb geen hart en geen tulband, ik bevind me in het wijnhuis;

ik heb een borst vol woorden, wil jij dat ik ze uitspreek?"

Bij kreupelen moet je kreupel lopen.

Heb je deze wijsheid niet van de hooggeleerden gehoord?

Een beschonkene van dat goede spul is toch niet minder dan een stuk hout?

Hierdoor schreide ĎOston Hannanaí.*

Waarom, Sjams Tabrizi, zondert u zich af van het volk?

Juist nu, nu u honderden schitterende rebellieŽn teweeg hebt gebracht.

3-239;

Vandaag ben ik zo, dat ik de ezel niet kan onderscheiden van zijn last;

vandaag ben ik zo, dat ik de bloem niet kan onderscheiden van zijn doorn.

Vandaag bracht mijn geliefde mij in een toestand,

waarin ik mezelf niet van mijn geliefde onderscheiden kan.

Gisteren bracht de beker mij in een roes naar de deur van mijn geliefde;

Wat moet ik vandaag? Nu ik de deur van het huis niet onderscheiden kan?

Gisteren waren hoop en vrees twee vleugels van mijn hart.

Vandaag ben ik zo, dat ik vandaag van gisteren niet onderscheiden kan.

Gisteren klaagde ik met mijn geel-bleke gezicht;