Dissertatie: 100 Raadgevingen 

van Obeed Zakani

(gestorven in 1351 of 1352)

 

Aan alle leden van het genootschap van verstandigen en wijzen!

Bij dezen verklaart de schrijver, Obeid Zakani, God noeme hem de meest welsprekende van het woord!, dat ondanks dat hij geen bagage heeft aan wetenschap en kunst, hij vanaf zijn vroegste jeugd grote belangstelling had voor het lezen van boeken en voor het luisteren naar de woorden van geestelijken en filosofen. Tot op de dag van heden, in het jaar 1328, heeft hij ondermeer, van de sultan der filosofen Plato, alle citaten uit de ethica, bestudeerd. Plato had deze allemaal aan zijn leerling Aristoteles overgedragen. Deze wetenschappelijke nalatenschap werd uit het Grieks in het Perzisch vertaald door Chadzjeh Nassir al Din Toesi, de meest wijze man van onze tijd. Bovendien las de ondergetekende regelmatig ‘Het boek van Raadgevingen’ van de rechtvaardige koning Kasra, geschreven op het toppunt van zijn geluk.

Dit alles heeft mij, de ondergetekende, geïnspireerd tot het schrijven van deze verhandeling, waar ik me overigens niet voor op de borst klop. Ik heb deze verhandeling geschreven opdat een ieder ervan zal genieten. Ik wens U daarbij veel leesplezier.

 

Gedicht:

 

Als je zoekt naar de drank van de beleving,

drink dan de drank van mijn raadgeving.

Het is conform de wijsheid van een rector,

vermengd met de heerlijke honing der humor.

 

100 Raadgevingen 

 

  1. Lieve mensen, waardeer de dagen dat je leeft.

  2. Verspil vooral niet de tijd, die God je geeft.

  3. Geniet vandaag, dus stel niets tot morgen uit.

  4. Ruil geen dag voor een dag met bitter kruid.

  5. Gezondheid, veiligheid en middelen van bestaan

      vormen een koningschap, zelfs bij een Samaritaan.

  6. Gebruik je levensdagen goed en vlug;

      verloren tijd komt nooit meer terug.

  7. Herinner iemand niet, hier en heden,

     aan zijn vergeten komaf en verleden.

  8. Groet geen zelfzuchtig mens in alle lagen.

  9. Reken ziektedagen niet als levensdagen.

 10. Doe mijn groeten aan een man met humor,

       een blij en vrijgevig persoon in elke sector.

 11. Wees onafhankelijk en reken op niemand,

        dan lach je iedereen uit, en ben je iemand.

 12. Wees geen dienaar van een koning of bankier;

        laat hem zijn fooi geven aan zijn eega of portier.

 13. Offer je voor je goede vrienden op,

       als een klein bloemetje in de knop.

 14. Schoonheid zien is de genade van het leven,

       het licht in de ogen, voor ieder een streven.

 15. Verdoem mensen met gefronste wenkbrauwen,

       met rimpels in hun voorhoofd en in hun klauwen,

       saaie mensen, mensen die zeuren, jaloerse mensen,

       leugenaars, hebberige mensen die te veel wensen!

 16. Schijt in de baard van onrechtvaardige grootheden

       en hoogwaardigheidbekleders met onkuise zeden.

 17. Spreek niet impulsief tegen ieder die je ziet,

       en stel ze niet teleur en doe ze geen verdriet.

 18. Maak je belachelijk, wees speelman, souteneur,

       leg valse getuigenissen af als een laffe profiteur,

       koop mensen om en wees ondankbaar op je zadel

       om te worden geaccepteerd door de elite en de adel.

 19. Luister niet naar de geestelijken van elke graad

       om niet verdorven te worden met heel veel smaad

       of in de hel terecht te komen in het hiernamaals,

       want de hel is gereserveerd voor alle generaals.     

 20. Ga met eerbaren om om de genade te proeven,

       dus kom niet in de buurt van oneerbare boeven.

 21. Om van je leven te kunnen genieten in je kaftan,

       moet je niet wonen naast een vrome buurman.

 22. Woon in een wijk niet naast een moskeeminaret,

       dan roept de omroeper je niet uit je warme bed.

 23. Help de hasjrokers met gevulde koekjes.

 24. Geef dronkaards steun volgens de boekjes.

 25. Laat aan het eind van je leven, in de la,

       geen boekhouding aan je erfgenamen na.

 26. Wees zelfstandig en vrijgezel,

       dan is het leven zeker geen hel.

 27. Wees niet een slaaf van goede of slechte naam

       om vrij te zijn met je geest en gehele lichaam.

 28. Trap niet in de val van vrouwen, wees niet blind,

       vooral niet in de val van weduwen met een kind.

 29. Ruil het warme trouwen en jouw koek en ei,

       niet voor vreemdgaan en een koude vrijpartij.

 30. Trouw niet met dochters van plattelanders,

       geestelijken, sjeiks, juristen of hun bijstanders.

       Als dat buiten jouw wil en wens toch gebeurt,

       pak ze dan alleen van achteren bij elke beurt.

       Dan verwek je geen bedelaars, roddelaars, dieven

       en mensen zonder principes met valse brieven.

31. Maak geen huwelijksplannen, beste pikker,

      met de dochter of moeder van een prediker.

      Dan krijg je geen lui ezeltje als nakomeling,

      en heb je tevens geen geestelijke afbakening.   

 32. Vrees warme begroeting door een oude min,

       de wijsheid van een vroedvrouw van het gezin.

       Ook voor het gezag van een zwangere vrouw

       en het schommelen van de wieg, heel getrouw.

       En de warme begroeting van een schoonzoon,

       de bevelen van een echtgenote op elke toon.

       Evenmin het gekrijs van een kind,

       hoezeer u het ook bemint, beste vrind.

 33. Trek jezelf geregeld af om geen enkele schunnigheden

        van een pooier te hoeven horen, onder het uitkleden.

 34. Als je oud bent, ga naar het gebedshuis voor berouw,

       en verwacht zeker geen liefde van een jonge vrouw.

 35. Neuk weduwen nooit en te nimmer voor niets,

       gratis is alleen maar een oude koek of zoiets.

 36. Vraag geen vrouw, draag smart en pijn,

        om nooit een souteneur te hoeven zijn!

 37. Neuk oudere vrouwen heel hard op het aanrecht

       om duidelijk te maken hoe hard een strijder vecht.

 38. Laat je in het dorp niet verleiden door een lang silhouet,

       de mooie sluier of hoofddoek van een vrouw of een slet.

 39. Eigen je jezelf toe het vermogen van zwakkeren en wezen,

       om een man zonder scrupules te kunnen zijn en ze te vrezen.

 40. Gebruik de instrumenten voor eten en neuken

       niet tegelijkertijd, anders begint het te jeuken.

 41  Vóór een adolescent wakker wordt, grijp je kans,

       als je zoiets aantreft, je bent gewaarschuwd thans.

42. Schenk de volgende vrouwen een aalmoes van je lul:

       zij die hun huis niet uit kunnen met hun kind en spul, 

       ook de arme, oude verlaten dames met pijn,

       de jonge eega’s wier mannen op reis zijn,  

       want door hen een aalmoes te geven  

       beloont God je met een langer leven.

 43. Eet spijzen en drink wijn niet in je eentje, tot je dood,

       want dat doet niemand behalve een jurist en een jood.

 44. Vraag helemaal niets aan een bedelaar,

        ook al is het een paserende wandelaar.

 45. Koop een Turkse, nog baardloze maagd

       tot elke prijs die de verkoper je vraagt,

       verkoop hem weer tegen elke mogelijke prijs,

       zodra hij een baard krijgt en zijn haar is grijs.

 46. Bied in kindertijd je achterste aan aan een kameraad,

       een familielid, een vreemdeling of iemand die je haat,

       aan iemand uit die vreemde rare verre landen  

       of aan iemand om de hoek met witte tanden,

       om eenmaal volwassen geworden, beste begijn,

       een geestelijke, predikant of wereldberoemd te zijn.

 47. Koop een slaaf met zachte handen,

       en niet bewapend tot zijn tanden.

 48. Neem geen beker wijn of een borrel aan

       van een bebaarde kastelein, laat maar staan.

 49. Verwacht geen gezelligheid, zegen en iets wat rust geeft

        in het huis van een man die twee vrouwen tezamen heeft.

 50. Verwacht geen welgemanierdheid en een maagdelijke kont

        van een gravin die liefdesromannetjes leest iedere avond

        of van een man, die hasj rookt en wijn drinkt

        en de hele avond in zijn natte dromen wegzinkt.

 51. Vriend, neuk je buurmeisje alleen maar anaal

       en ontmaagdt haar niet om het volgende verhaal:

       a. te bewijzen dat je een zeer goede moslim bent,

       b. aan te tonen dat je het burenrecht niet schendt,

       c. om ervoor te zorgen dat het buurmeisje

       in de eerste nacht van haar huwelijksreisje

       niet bang voor haar man hoeft te zijn

       omdat ze geen maagd meer is, afijn.

 52. Zoek in deze tijd geen rechtvaardige rechter

       die geen steekpenningen aanneemt, echter,

       geen vrome man die misantroop is, beste man,

       geen huismeester die betrouwbaar is in zijn plan

       en geen overheidsdienaren van klein naar groot

       die een onbevlekte kont hebben tot hun dood.

 53. Wees zeer aardig tegen jonge vrouwen

        wier mannen op reis zijn in vertrouwen,

        tegen een minnaar die bij zijn minnares logeert

        en geen stijve krijgt ondanks dat ie is ingesmeerd

        tegen een meisje dat hoopvol naar haar eerste klant gaat

        en niet goed genoeg bevonden wordt zonder haar gewaad,

        tegen dronkaards die morsend met hun pullen

        wanneer zij rondlopen en beginnen te lullen,

        tegen een jongeling die een oude minnaar heeft

        en tegen een meisje dat haar maagdelijkheid geeft

        en vlak voor haar unieke huwelijksnacht staat,

        zodat de Almachtige God aardig tegen jou praat.

 54. Neuk zoveel mogelijk vrouwen tijdens ruzies,

       verlies daarbij geen tijd aan dromen en illusies.

 55. Wees zeer welwillend tegen allerlei adolescenten

        om te laten zien dat je wijs bent met argumenten.

 56. Hij die tijdens een worsteling om een Perzisch tapijt

       de schouders van zijn tegenstander op de grond smijt

       is niet een echte kampioen, dit is al lang bewezen;

       om dit te weten, moet je het volgende goed lezen:

       Kampioen is hij die geknield met zijn gezicht op de grond

       met genot door een enorme lul genomen wordt als een hond.

 57. Je moet de beloftes van dronkaards niet vertrouwen,

       en zeker niet het zoete verleidingsspel van vrouwen,

       evenmin de afspraken met hoertjes bij een peepshow

       en het welkom heten van een chique ouderwetse gigolo.

 58. Om een rustig leven te leiden, moet je respect hebben voor

       je meesters en hen die je vroeger geneukt hebben in koor.

 59. Wees niet verdrietig door het schelden van bedelaars,

        het slaan van vrouwen in het licht van een geurkaars,

        evenmin voor de lieve woorden van gigolo’s die rieken

        en de taal van dichters en de grappen van komieken.

 60. Geniet van adolescenten tot elke prijs,

       want je krijgt ze zelfs niet in het paradijs.

 61. Gebruik elke mogelijke list als je triktrakt of een gokje waagt,

       want voor list en valse bezwering word je niet aangeklaagd.

 62. Geef geen geld aan een gigolo of een hoertje,

       voordat je klaargekomen bent, best broertje,

       om niet door hen in de steek gelaten te worden halverwege

       of lange verhalen te aanhoren vóór het vieren van de zege.

63. Nodig geen roddelaars, praatjesmakers met een grote tuit,

       domkoppen, dronkaards, zangers met schorre stemmen uit

       die steeds maar dezelfde liedjes zingen

       bij je feesten waar we allen rondhingen.

 64. Ga weg uit een gezelschap in slechte bui

       van de schreeuwende en vechtende lui.

 65. Nodig geen gigolo en een hoer

       tegelijkertijd uit, beste heerboer.

 66. Gok niet op de pof om later, bij het verlies lijden,

       grote problemen met gore bastaards te vermijden.

 67. Breng een gigolo voorzichtig en rustig naar je huis

       en houd hem in de gaten tot hij vertrekt als een muis,

       zodat hij geen gelegenheid krijgt bij jou

       iets te stelen uit je huis van jouw vrouw

 68. Rook geen hasj voordat je, zoetjesaan,

       je eten en je koekjes hebt klaar zien staan.

 69. Neuk de schoonzuster van de geleerden en de leken

       die hun neus in de zaken van andere mensen steken,

       ook van hen die elke ochtend weer chagrijnig zijn,

       van hen die geen drank verdragen bij een festijn.

 70. Sla de vrouwen hard en neuk ze tot ze braken

       om ze rustig bang en gehoorzaam te maken,

       want onder gezag van angst en gehoorzaamheid,

       loopt alles op rolletjes en beleefd men een fijne tijd.

 71. Verleid een jongeling en vrij

       met lege beloftes en vleierij.

 72. Loop nooit dronken langs een beek of een rivier

       om er niet in te vallen, als een losgeslagen dier.

 73. Ga niet om met sjeiks, helderzienden die veel roepen,

       waarzeggers, begrafenisondernemers, vrouwengroepen,

       schaakspelers, bannelingen, badmeesters in hun zadel  

       en arme nakomelingen van de compleet vergeten adel.

 74. Verwacht nimmer van een zakenman dat hij, in rechte lijn,

       een goed mens, een goede moslim of rechtvaardig zal zijn.

 75. Bezuinig niet op een zachte massage in een studio

       of een klopmassage door een liefdevolle gigolo.

 76. Vrees praatjes van een jurist,

       lawaai van een mongool, beslist,

       het roepen van gigolo’s, gekleed in zwarte reetveters,

       het opgeklopte gepraat van door jou geneukte betweters,

       de taal van dichters die poëzie bouwen,

       de erotische verleiding door vrouwen,

       de boze ogen van vreselijk jaloerse mensen

       en de wraak van je naasten met vele wensen.

 77. Verwacht niets van je ongehoorzamen kinderen,

        van compromisloze echtgenotes die je hinderen,

       van altijd naar het hoe en waarom vragende knechten,

       van oude, luie viervoeters, waar mensen aan hechten,

       en van vrienden, beste man,

       waar je niet op rekenen kan.    

 78. Het is door de oppergeestelijke niet toegestaan

       een wind te laten, zachtjes of als een orkaan,

       tijdens het luisteren naar een prediker in het volle licht

       die geen grote of kleine rituele wassing heeft verricht.

 79. Jong zijn is beter dan te oud zijn,

       gezond zijn is beter dan ziek zijn,

       rijk zijn is veel beter dan arm zijn,

       een kerel zijn is beter dan een ‘watje’ zijn,

       dronken zijn is beter dan smachtend zijn

       en verstandig zijn is beter dan gek zijn.

 80. Heb geen berouw over je ‘wein, weib und gesang’,

       oftewel de Nederlandse ‘wijn, meisje en gezang’.

       om niet beklagenswaardig, zielig, meelijwekkend

       en deerniswekkend te worden, of zeer lachwekkend.

 81. Ga niet op bedevaart naar Mekka, via verkeersborden,

       om niet hebzuchtig, onrechtvaardig en gierig te worden.

 82. Vertel niet aan iedereen die je beloond

        waar je romantische minnares woont.

 83. Neuk geen vrouwen in je eentje en laat ze niet bespringen,

       zo gedragen zich, beste vent, enkel en alleen de hovelingen.

 84. Wees souteneur, om dag en nacht niet te beven

       en zonder gewetensbezwaren te kunnen leven.

 85. Heb een goede band met verkopers van wijn en hasjiesj,

       zo ben je verzekerd van je genot, als een gezellige derwisj.

 86. Drink in het openbaar geen wijn in de maand Ramadan,

       zodat anderen je geloof niet kunnen ontkennen, beste man.

 87. Neem getuigenissen van een blinde in Ramadan niet serieus,

       ook al schreeuwt hij het van de bergen en is het zeer onheus.

 88. Vraag geen belasting van aderlaters, schoenmakers en wevers,

        wanneer ze net moslim zijn geworden, want ze zijn lastgevers.

 89. Hecht geen overdreven waarde aan betrouwbaarheid en goedheid

       om geen rugpijn of andere ongemakken te krijgen en een nare tijd.

 90. Rook ‘s morgens hasj en drink een glas wijn

       om jezelf altijd gelukkig te voelen zonder pijn,

       want God beloont in hoge mate losbandigheid,

       ondeugd en alle andere fouten uit je pubertijd.

 91. Neuk, beste vriend, wanneer maar mogelijk is

       de nakomelingen van de geestelijken na de mis

       om door God beloond te worden, lekker ding,

       alsof je op bedevaartstocht naar Mekka ging.

 92. Stel je niet vrijgevig op in een kroeg of gokhuis,

        bij gigolo’s of muzikanten, bewust of per abuis,

        om geen lange rij voor je deur te krijgen

        van vragende mensen die je bedreigen.

 93. Geef je adres niet zomaar aan iedere nakomeling

      van bedelaars, slaven en boeren, al heb je de neiging.

94. Ontvlucht jouw naasten die je een schuldgevoel aanpraten,

      de eettafel van gieraarden, chagrijnige knechten die vraten,

      altijd gelijk willen hebbende echtgenotes met mooie benen

      en lieden die bij de eerste afspraak geld van je willen lenen.

95. Neem altijd afstand van de dood,

      want een oude wijsheid ontbloot:

      de dood is niet plezierig, beste vriend,

      en niemand heeft dit gedoe verdiend

96. Spring niet in een kuil als een hagedis

      zonder dat dat echt noodzakelijk is.

97. Luister niet naar geestelijken en hasjrokers bij volle maan,

      want een gedicht uit de oude tijden geeft het volgende aan:

      Welke wijsheid die een hasjroker neemt in zijn mond,

      schrijf dit op de lul van een ezel en stop hem in zijn kont.

98. Verwek bastaards om jouw nakomelingen te laten streven

      geestelijke, sjeik of hoveling te worden in hun lange leven

99. Onderschat humor en humoristische mensen niet

      dan heb je in je lange leven veel in het verschiet.

100. Let op, neem bovenstaande woorden serieus,

        en maak gebruik van mijn mooie woordkeus,

       want het zijn de historische woorden van grootheden,

       die ik heb geleerd van de leermeesters uit het verleden.

       Uit boeken heb ik geleerd hoe grootheden voortleven

       en zo heb ik ze in het kort voor jullie opgeschreven.

 

Gedicht:

 

Goede raad, gelukkige mensen luisteren er naar

grootheden nemen de raad aan van een kluizenaar.

 

Dat de almachtige God een ieder beware in geluk,

voorspoed, veiligheid en vrede zonder enige druk.

EINDE